Dag 8 Kerstdag

J. en ik hebben een grote familie, maar niemand die het ziet.

Op kerstdag hebben we een zoon en een dochter gebaard op de E19 ergens tussen Ranst en Antwerpen. Eerst een dochter, kort daarna een zoon. Ik vermoed een tweeling. Allebei kregen ze een dubbele voornaam om de eenvoudige reden dat we niet konden kiezen. 

Ze zijn al uit de pampers, dat was een voorwaarde. 

Ik had ze liever in de zomer verwelkomd. In een maand waarin overvloed centraal staat, voelt verjaren in december als een doof kind in een klas vol blinden. Niemand ziet je staan en je verjaardagswensen weerklinken onhoorbaar door alle andere wensen heen. 

Meteen maakten we ons gezin compleet met een hond (een stratier of dalmatiër, we twijfelen nog), we doopten hem Oscar (de) Wilde (Met J.’s familienaam konden we niet anders). Onze gezinsuitbreiding nam een rotvaart, nog voor we de snelweg verlieten, vervoegde de kitten Ava Gardner ons.

Thuis googelde J. de namen van onze kinderen om vast te stellen dat we onze zoon naar een Italiaanse porno-acteur vernoemd hadden. Toevallig zagen we zijn documentaire ‘Rocco’ vorig jaar in Milaan. Rocco Siffredi moet indruk op mij nagelaten hebben, want ik stelde Rocco-Antonio voor om J.’s liefde voor Italië te verankeren in ons nageslacht.

Op zich zijn onze niet verwekte kinderen geen verrassing. Al jaren laten J. en ik ons omringen door een groep denkbeeldige vrienden. We verwijzen naar hen als De Bende. Omwille van privacyreden heb ik beloofd aan De Bende om dit in de privésfeer te houden en hier niet verder over uit te wijden.

Ik ben best fier op onze kroost, ze hebben de kleinste ecologische voetafdruk van ons allemaal. 

Onze kerstkinderen met Oscar (de) Wilde en Ava Gardner

J. en ik zijn de waanzin voorbij. Ik wens het iedereen toe in het nieuwe jaar. Het is goedkoper dan natuurlijke medicijnen, organische therapeuten, biologische sportabonnementen, en spirituele zoektochten die bij elke chakra die zich opent eentje van sarcasme sluit. 

Daarom wensen wij, J. J. en kinderen, dat de waanzin de nieuwe gezondheidshype van 2019 mag worden.

Liefs en een krankzinnig nieuw jaar,

Jane.

Een heel kort verhaal #Huwelijksverjaardag

HUWELIJKSVERJAARDAG

Een jongere, frisse vis heeft zich in de vijver geworpen.

‘Er is geen reden tot jaloezie,’ zegt hij bij de aankondiging dat hij een nieuwe collega heeft. Dat ben ik ook niet.

Ik heb gekookt. Goudbrasem met garnalen. Hij schenkt de wijn uit, een Vignoble Réveille White Spirit 2017.

‘Ze is mijn type niet,’ zegt hij en heft vervolgens zijn glas om een toost uit te brengen op onze huwelijksverjaardag.

Nu was ik het wel. Jaloers.

Ik was zijn type ook niet toen we elkaar voor de eerste kusten.

We drinken van onze glazen.

‘Ik las op Wikipedia dat een goudbrasem maximaal elf jaar oud kan worden,’ zeg ik. Ik was dit banale gegeven tegengekomen bij het zoeken naar een recept.

‘Dat is lang.’

‘Ja,’ zeg ik. ‘Zou deze elf jaar oud zijn?’

Hij neemt een hap en smakt een paar keer. ‘Hij proeft jong.’

We toosten opnieuw.

‘Op nog eens elf jaar,’ zegt hij met een brede lach. Ik zie hoe de gekauwde vis uiteengereten ligt in zijn mond, enkel een garnaal heeft het schransen overleefd. Nog voor ik iets kan zeggen, spoelt hij alles door met een slok wijn.

Ik glimlach.

Ik moet op zoek naar een andere vijver.

Kortverhaal

HALVERWEGE

 

‘Zoals de beyhive van Beyoncé, de monsters van Lady Gaga of de beliebers van Justin in hysterie uitbarsten bij het zien van hun grote idool, zo barsten wij in tranen uit bij het afscheid van het onze.’

Met een lange druk op de deleteknop laat ik elk woord van achteren naar voren verdwijnen tot het gevreesde witte blad.  Ze houdt niet van Béyonce. En het is een leugen. Sonja is niet ons idool, wij zijn helemaal niet kapot van verdriet, integendeel. Op onze gesloten Facebookgroep The Slaves of Sonja drukt iedereen zijn vreugde uit in kattenfilmpjes of memes over het nakende einde van een oude dictatuur.

Sonja is onze baas en morgen nemen we afscheid van haar. Ze gaat met vervroegd pensioen nu het nog kan. Twintig jaar lang heeft ze gezeteld op dezelfde bureaustoel. De afgesleten grijze plek op het zitvlak toont haar onwrikbaarheid, even stug als een Elnett haarspray kapsel.

‘Oud nieuws,’ herhaalde ze steeds vaker tijdens redactievergaderingen waarmee ze elk voorstel voor een artikel dat ze niet begreep afwees. Meestal betrof dit de toekomst.

‘Ze is oubollig.’ ‘Gedateerd.’ ‘Ze ruikt zelfs belegen.’ Stond er daarna in de Facebookgroep te lezen. Sonja is niet populair bij mijn jongere collega’s, en dat is zo wat iedereen.

Als gevolg van Sonja’s beleid steeg bij elk jaarverslag de leeftijd van ons lezerspubliek. De vergrijzing komt voor ons blad als geroepen. Gelijklopend groeide de verontwaardiging bij mijn collega’s die ijverde voor een nieuwe wind.

Er is mij gevraagd om een speech te houden tijdens de afscheidsdrink. Ik neem het roer over waarvan de aandeelhouders verwachten dat ik dezelfde koers blijf varen omwille van de oprukkende vergrijzing.

Vandaag leverde ze reeds mijn nieuwe bureaustoel, een ergonomisch model, tenslotte moet ik de arbeidsmarkt nog vijfentwintig jaar dienen.

Overmorgen begin ik aan een topjob waarmee ik kan uitpakken. Ik heb iets bereikt in mijn vakgebied. Het betekent ook dat hoger klimmen niet meer mogelijk is, vanaf nu kan ik enkel naar beneden donderen of een sluipweg nemen en anoniem verdwalen in de massa.

Morgen drinkt enkel Sonja op een afscheid, mijn collega’s toosten op de toekomst.

Ik weet nog niet waarop ik drink. Ik ben éénenveertig. Halverwege. Ik bengel tussen het verleden en de toekomst.

Ik weet wél wat ik zal drinken. Gin zonder tonic, mijn vloeibare lunch.

Volgens mijn dokter kom ik binnen tien jaar in een verschrikkelijk menopauze terecht als ik niets doe aan mijn eet -en drinkgewoontes. Volgens haar moet ik dringend koolhydraatarm, proteïnerijk en gezonde vetten gaan eten. 

Het is de schuld van de gezondheidshype, de overdosis kookboeken, de strong-is-the-new-skinny-shit hashtags die me veelvuldig drijven tot een portie old skool frieten. Voor de komst van de hashtags was ik perfect gezond, had ik zelfs een fitnessabonnement dat ik werkelijk gebruikte.

Overdetoxificatie is het nieuwe ideaal, tot elke puist nog avocadopus voortbrengt, zwarte puntjes op de neus zich omvormen tot Chiazaadjes, zweet naar zeewier ruikt, je alleen nog een arsenaal noten kunt kakken, vers cocoswater plast en de zin voor rock’n roll, humor, en alcohol uitgewrongen op de yogamat achterblijft. Het klassieke geloof heeft plaatsgemaakt voor “motivational coaches” met luchtdiploma’s die gebaseerd zijn op een goede dosis zelfvertrouwen en geld. Want het zijn de welgestelde, de overgewaardeerde bloggers die leven bij gratie van hun volgers die zich hier op toeleggen. Ik ken geen enkele overlever, werkloze, in armoede geboren jonge vrouw, die zich elke dag met plezier in een legging hijst omdat het gezond is, want organisch eten, bio, superfood en yoga kosten geld. Althans ze hebben mijn gezondheid om zeep geholpen. Het enige wat ik nog wil is drinken, me laten tatoeëren en een Mohawk knippen.

‘Go and get a life!’ roep ik vaak in gedachte als zo’n millenial op kantoor weer een voorstel heeft met avocado’s of met een wortel-gember-selder-appel-bessensap binnenstapt.

The Slaves of Sonja zullen snel een nieuwe groep oprichten als ik niet voldoe aan hun nieuwe idealen. Ze ijveren voor meer flexibiliteit, nieuwe uitdagingen, fun, fun, fun en een gezonde balans tussen werk en privé.

‘Misschien kunnen we de koffieruimte inkleden met vintagespullen?’

Opperde een Slave in de groep. Tien hartjes en drie duimpjes kreeg het voorstel, we zijn met vijftien Slaves. 

Een ander voorstel was het invoeren van Motivational Monday, gevolgd door Healthy Tuesday, Workout Wednesday, Thankful Thursday en Cocktail Friday. Alles in het Engels. Globalisering is key.

Deadline. Het enige Engelse woord dat Sonja dagelijks in de mond nam.

‘Sonja, vandaag is jouw laatste deadline aangebroken, jouw verhalen zijn geschreven. Het laatste punt is geredigeerd.’

Typ ik als nieuwe openingszin. Schrijven is schrappen. Ze is nog niet dood.

Met mijn laptop verhuis ik naar de andere plek in mijn huis waar de muze soms durft te verschijnen. Het toilet. Door het lozen van mijn afvalstoffen hoop ik ruimte te creëren voor nieuwe ideeën. Tijdens het plassen ontdek ik het lege wc-rolletje aan de houder.

Ik staar even wezenloos naar het rolletje als dat het erbij hangt. Ontrokken van al zijn waarde. De betekenis van zijn leven vernietigd, gedaan, over en uit. Dit rolletje heeft de brute pech om in een kinderloos gezin terechtgekomen te zijn waar er geen kans is op een tweede leven als geschilderde pennenhouder of een misleidende verrekijker.

Ik vermoed dat mijn man dit ene velletje achterliet als een vergiffenis voor zijn gulzigheid, niet door zijn grote boodschap, maar de vraatzucht binnen onze relatie. Met een diepe zucht smijt ik het rolletje in het vuilbakje dat een armbeweging verwijderd is en hang een nieuwe rol klaar. Ook dit zal nooit veranderen na tien jaar huwelijk.

Halverwege of een midlife crisis in het Engels.

Beyoncé zal ik nooit evenaren, daarvoor is het te laat, maar ik leef op hoop, want ook Sharon Stone werd opgerakeld na haar vijftigste om een veertigarige ploetermoeder te vertolken.

Soms voel ik me een millenial in het lijf van een veertiger. Het is me niet duidelijk tot welke generatie ik behoor. Google, mijn beste vriend bij alle problemen, geeft me verwarrende suggesties. Voor de ene website behoor ik nog tot generatie x of de verloren generatie, voor de andere ben ik een vroege millenial of generatie y en dan is er nog een socioloog die beweert dat ik deel uitmaak van de patatgeneratie, gekenmerkt door zijn passiviteit. Ik voel me eerder een verloren millenial met een x en y chromosoom in een impasse.

Ik probeer wat woorden neer te schrijven, maar ze staan ver af van een lovende afscheidsrede.

Mijn blik dwaalt af naar het lege wc-rolletje in het vuilbakje.

Plots schiet het me te binnen wat ik moet neerschrijven, het gaat helemaal niet om Sonja of de nieuwe dynamiek in de koffieruimte. De tweede helft van mijn leven heeft een update nodig, en niet met vintagespullen.

Op het gevreesde witte blad typ ik de brief die ik al langer had moeten schrijven. Mijn ontslagbrief. Ik druk op verzenden.

In het kleine wasbakje van ons toilet dat bedolven is met kranten en magazines liggen een handvol pennen die meestal dienen om de gedwongen tijd door te brengen met het oplossen van kruiswoordraadsels. Ik pak een pen en vervolgens haal ik het lege wc-rolletje uit het vuilbakje om het karton te ontvouwen tot schrijfpapier. Ik heb nog meer afscheidswoorden klaar.

Ik ben sigaretten kopen.

Schrijf ik neer.

Ik rook helemaal niet.

Daarna leg ik het aan zijn kant van de keukentafel. 

Dag 7

Waarom loopt iedereen weg als ik _feminisme_ roep_

Liefste Mina,

Het idee om iets te doen met jou en je dolle vriendinnen uit de jaren 70 is dit jaar concreter geworden. Ik heb interviews gedaan, ben wat meer gaan lezen, en ontdekte veel verhalen.

Jullie en andere elementen uit onze vrouwelijke geschiedenis inspireerde mij tot een bovennatuurlijke miniserie waarin ik moord en seks niet schuw. Zoals dat gaat moet je die ideeën aan de man brengen (hoe ironisch).

‘Een feministische insteek.’

‘Feminisme!’

‘Een van de thema’s is feminisme.’

‘Geïnspireerd op onze eigen vrouwenbewegingen in de jaren 70’

Zinnen die ik zei, aangevuld met de rest van het verhaal (waarin ook andere geloofsidealen leiden tot immoreel gedrag). Telkens als ik feminisme uitsprak reageerde iedereen zoals bij een mislukte bomexplosie: ‘Oef, gelukkig zijn er geen gewonden gevallen!’ of ‘Gelukkig was er niet veel volk op dat moment.’  Stel je voor dat ik tijdens het spitsuur op de trappen in het centraal station ga staan en roep: FEMINISME! Meteen verspreidt een angstige mensenmassa zich al schreeuwend net zoals bij een mierenkolonie die op een druppel azijn stoot.

‘We hebben toch al veel sterke vrouwenrollen gehad op tv de laatste jaren.’

‘Je moet de twee kanten van het feminisme tonen’ … ik ben nog op zoek naar de andere kant.

‘Het mag geen pamflet worden.’ Deze reactie kon te maken hebben met mijn enthousiasme tijdens het overbrengen van mijn idee…

‘De jaren 70, productioneel gaat dat geld kosten.’

‘Ha, er zit een moord in dat is goed, je moet ze leiden met iets dat ze kennen.’

Een bloemlezing aan uitspraken van mensen die bepalend zijn welke fictie de openbare omroep zal uitzenden. Nu wil ik geen bruggen verbranden – of ben ik ermee bezig? – maar wil dit zeggen dat we geen series meer maken met sterke vrouwelijke hoofdpersonages? Wil dit zeggen dat we nooit meer historische series maken, omdat ze te duur zijn? Gaan we dan ook geen politieke reeksen meer maken omdat alles een pamflet kan zijn? Als kijkers meer weten over moord en doodslag dan over feminisme moet ik me dan geen vragen stellen?

Ergens in de loop van 2017 had ik een ander idee met hetzelfde woord als thema: de commentaar van de professionals die mijn dossier hadden gelezen: De noodzaak was niet zichtbaar in mijn motivatie. Ik had het over Trump die op dat moment de geldkraan had dichtgedraaid voor organisaties die pro-abortus zijn, ik had het over het feit dat abortus bij ons nog steeds in het strafrecht staat, ik had het over de slechte kennis over onze eigen geschiedenis in de vrouwenbeweging, …

Wat is er mis met het woord feminisme?

Racisme, terrorisme, fascisme, socialisme, kapitalisme, vandalisme, priapisme, en andere anti-ismes en geloof-ismes (zie Wikipedia) vindt iedereen geweldige thema’s voor tv-series.

Het is de plicht van de openbare omroep om hun kijkers een divers kaliber fictie aan te bieden, op zo’n manier dat ze niets anders meer willen. De angst dat hun kijkers het niet zullen begrijpen, lusten of aanstootgevend vinden, is de ergste vijand van kwaliteitstelevisie. Als het lukt met een kookprogramma om iedereen te laten koken wat Jeroen kookt, dan fictie ook.

Misschien had ik het moeten hebben over de nymfomane en de Middeleeuwse marteltuigen voor heksen in mijn idee (jawel, een combinatie van beide heb ik voor ogen), of over de hallucinerende kruiden, de gelovige die masturbatie de hellepoort vindt, over de verkrachte en vermoorde jonge man, …

Gelukkig vind ik onderweg bondgenoten die me strijdvaardige kreten toeroepen, hun hulp aanbieden, en me motiveren om ermee door te gaan. Ik zag op datzelfde event de eerste episode van ‘Guerilla’ een serie van John Ridley (12 years a slave). De man heeft 20 jaar lang dit verhaal gepitcht…say no more!

Persistence … dat is het woord dat ik in 2018 laat tatoeëren en feminisme, dan moet ik het niet meer roepen, enkel tonen. Zoals dat bij elk goed script gaat:

SHOW ME DON’T TELL ME

Liefs, Jane

 

 

 

Dag 6

De verrijzenis van de macho

Liefste Francesco,

Jouw expo ‘TV70/Guarda La Rai’ in Fondazione Prada in Milaan inspireerde me. Jij, als enthousiaste organisator van de tentoonstelling in museo scienza waar J. één van de artiesten is, deed me wankelen op mijn benen. En jij, als de ober van pizzeria Belel serveerde me een hete pizza die ik lustig tot de laatste korst opat. Ha… Italiaanse mannen, dan gaat mijn feministisch wereldbeeld wankelen, want al dat Italiaans gevlei doet wel iets met mijn positief zelfbeeld.

En J. …? Die keek toe, dacht aan de mimetische theorie van Girard, knoopte vervolgens zijn hemd meer open, en liep door de Milanese straten met een houding alsof hij aan iedereen wilde tonen dat hij optimaal gebruik maakte van zijn niet bestaand fitnessabonnement.

Illusies zijn de beste overlevingstechniek, denk ik dan. En mode heeft dat goed gezien, want het verkoopt, creëert de illusie dat we elk seizoen, elk jaar, voor elke gelegenheid, elk moment al die Instagramwaardige kleding nodig hebben om erbij te horen.

In het geval van J. ging het om een uitzonderlijk prachtig paar schoenen van Sergio Rossi waar we allebei een instant crush op hadden. J. die zich in Milaan als een vis in het water voelde, vond dat ik dat paar schoenen nodig had. Akkoord, ik had dringend nieuwe schoenen nodig, maar J. wou alleen de enkellaarsjes met driekleurenprint, en tien centimeter extra benen voor me kopen.

Ik zei nee.

Ja, Francesco. Je leest het goed. Ik zei nee.

Een frons op J. voorhoofd. Had ik hem niet gehoord?

Jawel.

En?

Neen.

Daarna opdringerig: Ik WIL ze betalen, ik WIL ze kopen, ik WIL ze hebben, ik WIL,…

Ik heb vastgesteld dat ik een sterke wil heb: Neen, bleef mijn antwoord.

Vervolgens een smekende blik van J., daarna de dwingende vraag van J. om ze te passen. De heren verkopers vormden een blok met J. Totaal niet begrijpend waarom ik weigerde (lichaamstaal is universeel). De twee Italiaanse verkopers keken er met verbazing naar. Dit moest voor hen de meest onbegrijpelijke (letterlijk en figuurlijk) discussie ooit geweest zijn in hun shop. Want welke vrouw weigerde nu een paar schoenen van Sergio Rossi? 

Ik trok het paar aan, het sterkte J. in zijn overtuiging dat ze aan mijn voeten toebehoorden. Het herinnerde me nogmaals waarom ik niets moest passen wat ik niet KON kopen, want hij had gelijk. Als hedendaagse glazen muiltjes schitterden ze aan mijn voeten.

 Toch bleef ik weigeren. Geen man die mij begreep. Ik wel: 1300€.

Bovendien zat ik met de praktische vraag: Wanneer moest ik de met daim bedekte laarsjes dragen? Volgens de verkoper kon ik ze in Brussel makkelijk dragen om koffie te gaan drinken. Ik vroeg of hij al in Brussel was geweest. Neen, zei hij. We waren uitgesproken. 

De enkellaarsjes, een kunstwerk aan de voeten waar J. bereid was om voor te betalen omdat hij het kon, desnoods voorbestemd om onder een glazen stolp te leven om ze elke dag te bewonderen, was zijn finale voorstel. Een plan dat me langzaam deed vermoeden dat hij ze niet voor mij wou kopen, maar hij een nieuw fetisjisme exploreerde.

Toch 1300€…  de macho kende zijn hoogtepunt. 

Mode levert geld op. Dat weet jij ook Francesco, want jij exposeert in Fondazione Prada, mijn favoriete plek in Milaan, een must see waar Rem Koolhaas lustig verder bouwt om elk kunstwerk zijn eigen plaats te geven. In Parijs heb je Louis Vuitton Foundation, in Los Angeles de Marciano foundation – de oprichters van GUESS? – en in 2018 zou modeontwerpster Agnès B. een foundation openen in Parijs om haar collectie van 5000 kunstwerken open te stellen voor het publiek.

Ik denk vaak aan de schoenen en aan jullie Francesco’s. Net als de laarsjes zijn jullie er om van te dromen, niet om te bezitten. Want wat moet ik met jullie aanvangen? Eén macho in huis volstaat, net zoals dat andere paar schoenen in mijn kast waarvan ik nog steeds niet weet wanneer ik ze moet dragen.

Shit!

Nu pas realiseer ik me dat J. en ik die dag al 12 jaar lang lief en leed delen. Het was zijn manier om zijn liefde te verklaren en ik heb ze afgewezen, maar vooral zijn mannelijkheid gekrenkt door te laten uitschijnen naar de twee heren verkopers dat het allemaal theater was.

Is dit het nadeel van te hard een feministe te willen zijn? Als ik met mijn eigen onafhankelijkheidsprincipe in mijn eigen modegevoelige voeten schiet?

Liefs, Jane

Dag 5

Vallen muggen ook veganisten aan-

 

Lieve Michel,

De afgelopen nachten teisterden muggen onze slaapkamer. Tijdens de zoveelste mug die het nodig vond om rond mijn oren te zoemen en waarop ik mezelf eerst een paar klappen uitdeelde uit een vorm van luiheid, tot ik besefte dat ik mezelf meer bont en blauw sloeg dan de mug, knipte ik mijn Iphonelampje aan, pakte de opgerolde reclamefolder die standaard naast ons bed ligt, en speurde de witte muren af om dan met de concentratie van een sluipschutter ze dood te meppen tot het bloed eruit spatte. (Wie onze slaapkamer binnen stapt, kan tellen hoeveel muggen onze nachtrust verstoorde.) Bij de derde mug die nacht, en een oeverloos gevloek van J. en ik bij gebrek aan zuurstof (we hadden al alle mogelijke ramen gesloten), vroeg ik me dus plotseling af:

Wat zou Michel Vandenbossche doen?

Slaap jij consequent onder een muggennet om niet in conflict te moeten komen met je eigen principes? Ben jij bereidt om je bloed te doneren met de risico’s op een ziekte? Tolereer jij de jeuk? Spuit je elke avond een wolk antimuggenspray over je heen? Vallen muggen geen veganisten aan uit dankbaarheid? Of laat je je vrouw de onethische klus klaren om altijd op zulke vragen met een gerust geweten te kunnen antwoorden dat jij niet de muggen doodmept?

Michel, als jij de klus aan je vrouw doorgeeft, zou ik teleurgesteld zijn. Jij als veganist en dierenrechtenactivist bent de ultieme feminist. Onlangs stond ik hier pas bij stil toen ik in de koopjesbak in de Fnac het boek ‘The Sexual Politics of Meat’ van Carol J. Adams kocht. Een boek uit 1990 dat gaat over de relatie tussen misogynie en de obsessie met vlees en mannelijkheid. De ironie is eigenlijk dat J. het boek voor me gevonden had, en daar nu wel spijt over zou kunnen krijgen.

Je moet weten, J. kan niet leven zonder tijdig een stuk vlees te verorberen. Zijn favoriet: Paardensteak bij de Kuijper in Vilvoorde.  Nog meer is dat hij na elke bezoek zijn mannelijkheid wil bewijzen. In de Kuyper eten wij nooit een dessert, dat doen we thuis. J. is een macho.

Twee bladzijden ver in het boek en ik lees:

“The Sexual politics of meat is also the assumption that men need meat, have the right to meat, and that meat eating is a male activity associated with virility.”

Nu ik heb beslist om op termijn veganist te worden, want ik streef naar perfectie ook in het feminisme.  In het boek ‘De Vrolijke feminist’ zegt Joris Van Den Berg het al in zijn inleiding:

“Feminisme zonder veganisme een moreel falen is.”

Zoals hij verder uitlegt dat het patriarchaat niet alleen de oorzaak is van de onderdukking van de vrouw, maar ook uitbuiting en verwoesting van de natuur en dieren.

Trump die de klimaatsverandering als fake news beschouwt, en enkel doorbakken steak met ketchup lust, daar denk ik nu aan.

In mijn virtuele vriendenkring zit er ook een mannelijke schepen van dierenwelzijn die uiteraard trots is op de lokale projecten die gerealiseerd zijn zoals het redden van legkippen, een speelvijver voor honden, het asiel een hart onder de riem steken en tussendoor is hij ook trots op de dikke steak die op zijn barbecue ligt, de kreeftjes en worstjes op zijn bord met ondertitels als ‘njam njam’…

Michel, ik wil het proberen om veganist te worden. Stap voor stap. De lactose is al een tijdje verbannen (buiten de Parmesaan op de pasta… dat wordt een harde dobber).

Zelfs Le Suisse (de beste broodjesbar in Brussel) geeft me het nodige duwtje in de rug door mijn favoriete broodje te schrappen: Grijze garnalen met Cresson en tomaat. De garnalen zijn te duur geworden.

J. ziet de nieuwe voedselketen die op hem afkomt niet zitten. Ik ga hem niet dwingen, en heb voorgesteld dat degene die kookt beslist wat de pot schaft. Ik kan me niet herinneren wanneer J. de laatste keer achter de kookpotten heeft gestaan, ik voorspel veel restaurantbezoeken in de toekomst. Of zal hij eindelijk een kookboek openslaan? En op die manier bewijst veganisme dat het ook emancipatie in de hand werkt.

In dezelfde koopjesbak vond ik het boek ‘De Tijdmachine’ van H.G. Wells. Dit boek, geschreven in 1895, is het verslag van een tijdreiziger die naar het jaar 802.700 reist en in contact komt met het volkje Eloi dat volledig plantaardig eet.

Wou de koopjesbak me iets vertellen?

Liefs, Jane

Dag 4

FUCK MARKETING

Lieve James,

Dit is een ode aan de leegte, want dat verkoopt tegenwoordig. Is dat ook niet wat bloggers doen? De leegte verkopen ingepakt als een noodzaak met een strik geluk errond? Zichzelf ‘branden’ tot ze een ‘influencer’ zijn en vervolgens zich prostitueren voor likes en goodies voor en van anderen? Een ‘influencer’ is niet meer dan een levend reclamebord dat illusies verkoopt en er zelf nog intrapt ook.

Al heel mijn leven heb ik een hekel aan marketing, ik kon nooit benoemen waarom tot ik onlangs op Netflix een interessante documentaire zag (met dank aan vriendin H.):

 ‘Minimalism: A documentaire about the important things’

Over een leven met minder. Waarin reclame een serieuze veeg uit de pan krijgt. Het heeft onze cultuur geïnfiltreerd en vervuild.  Ze willen ons doen geloven dat we alles nodig hebben. Reclame en marketing gaan onverantwoord om met onze planeet, er is geen ethiek, geen verantwoordelijkheidsgevoel naar het milieu, naar menselijke waarden en relaties.  Mensen kopen om een leegte te vullen, een leegte die niet gevuld raakt, want we vinden geen bevrediging in ons werk, en kopen daardoor meer, nog meer schulden, dus meer werken en de cirkel draait maar door tot we niet meer kunnen en we zijn verder dan ooit verwijderd van dat perfecte leven dat volgens de reclame bestaat, zo lang je maar geld spendeert aan nieuwe spullen en daarmee pronkt op social media.

En toch…

Wil je gehoord worden in dit leven heb je marketing nodig. Mijn openbaar dagboek zonder marketingplan, bereikt welgeteld 3 Twitter volgers (oa J.). Misschien is het tijd om de strijdbijl met marketing te begraven, en een cursus te volgen, de leegheid te omarmen (ik kan een huisdier nemen met een eigen Instagram account?).

Anoniem zijn is geen optie meer in deze maatschappij als je wil overleven, we zijn met meer dan 7 miljard mensen op aarde en allemaal willen we onze plaats verdienen en daarvoor gewaardeerd worden met duimpjes, hartjes en smileys als stimulans om vooral door te gaan met dat materialistisch geluk. 

We zitten overvol, maar de leegheid overheerst. 

J. vindt dat ik een cursus moet volgen waar de markt naar vraagt, mijn hart dat zal dan wel langzaam verstenen tot ik een volbloed reclamehaai ben. Ik denk dat J. daarop aanstuurt, hij droomt al een tijdje van een Range Rover.

Hoe heb jij dat gedaan James? Want ik moet zeggen, jouw marketing in je thuisstad Oostende loopt als een trein. Onlangs waren J. en ik in Oostende en je was alom tegenwoordig, ik at zelfs artisanale garnaalkroketten in een brasserie met jouw naam, ingekleurd met jouw tekeningen, in een winkelgalerij vernoemd naar jou.  

Oh wacht, jij bent dood, je hebt er geen reet meer aan, eigenlijk word je gewoon misbruikt. De marketing kent geen grenzen. Net zoals de bourgeoisie die gebruiken kunst om zich te onderscheiden van het plebs. Na Oostende gingen J. en ik naar een stad waar ze niemand zoals jij hebben, maar jenever. Er loopt een expo waar J. een werk heeft staan samen met andere grote en kleine namen (vooral veel namen). Omwille van de vriendschap deed hij het dit keer gratis zoals alle andere kunstenaars. Nu, dan krijg je op zo’n receptie ergens op een zolderkamer tussen pistolets en cava een openingsspeech waarin de dame (niet de vriendschap) vooral de organisaties bedankte die het mogelijk hadden gemaakt om dit te realiseren, wat had de dame geluk dat ik niet aan de cava zat en mijn boegeroep zich tot J. beperkte. Zonder de kunstenaars die er GRATIS tentoonstellen, was er helemaal niets, wou ik graag roepen, J. hield me net op tijd tegen.

James, we moeten in opstand komen tegen de leegheid, de marketing en tegen het geld. De inhoud moet weer zegevieren, ze kunnen niet zonder de kunstenaars, want hoe gaan ze zich onderscheiden? Waar halen ze hun ideeën? 

Ik heb al veel nagedacht over hoe ik mijn boek zou promoten (want het heeft me al zweet en tranen gekost en dus moet het lonen), oh ik hoor de linkse toeschouwer al roepen: ‘Schrijven doe je niet voor het geld, dat doe je voor jezelf’. Ja, ja dat weet ik wel, maar ik wil OOK schrijven voor het geld. Waarom wil men graag artiesten aan de rand van de afgrond laten bengelen?

Ik dacht aan:

  • Een blog (dit?)
  • Een grote tattoo (imago verkoopt)
  • Zoals Emma Watson en Lize Spit mijn boeken in steden verstoppen en op treinen uitdelen
  • Etentjes met recensenten (lobbyen heet dat)
  • Als vrouw met een tattoo (niet vergeten naar de kapper te gaan) zal het niet moeilijk zijn om een tv-optreden te versieren (de voordelen van het seksisme) en …

Iemand weet van een goede spoedcursus marketing?

Liefs, Jane

 

Dag 3

ik wil naar donald

Lieve Donald,

J. heeft de serie ‘I Love Dick’ voor me gevonden. 8 afleveringen, 30 minuten lang en op 3 avonden verslonden (J. vindt me een bingewatcher, ik vind dat hij het concept bingewatchen verwart met het dagelijks kijkpatroon van de gemiddelde Belg).

Ik ben fan!

Zoals de New York Times schreef over de serie: “art TV about artists, a love triangle as Conceptual performance.” Beter kan ik het niet verwoorden.

In het boek zit Chris Krauss in Pasadena en New York, hier zit iedereen in Marfa, Texas! Euforisch werd ik bij de eerste beelden. Marfa is de plaats waar J. en ik drie jaar geleden ons hart verloren. In de woestijn in het westen van Texas op twee uur rijden van de dichtstbijzijnde luchthaven (El Paso) ligt dit klein kunstparadijs.

Marfa is een uitgestrekte leegte gevuld met schoonheid, foodtrucks, een organische supermarkt The Get Go, hippe hotels, Margaritas, een eigen radiostation (Radio Marfa), een filmfestival, en een klimaat waar ik zou aarden als een buxus in Vlaanderen. Bovenal is hier veel kunst te bewonderen. Marfa is de bubbel waarin ik zou kunnen leven, weg van een voetbalminnend publiek, wielerterroristen, eurocraten in foute pakken, corrupte politici en een stadscentra met apocalyptische neigingen.

In de serie is Dick (dus Kevin Bacon) een beeldend kunstenaar met cowboy allures die een stichting heeft met residentieprogramma’s voor kunstenaars waar Sylvère (Chris Krauss echtgenoot) aan deelneemt. Wie Marfa kent, weet dat dit een verwijzing is naar Donald Judd en de Chinati foundation dat hij in de jaren 70 oprichtte om zijn eigen monumentale werken te plaatsen, en die van zijn vrienden zoals Dan Flavin (fan!), John Chamberlain, Claes Oldenburg en Coosje van Brugghen, …

Donald Judd is mijn favoriete kunstenaar (J. niet meegerekend), sinds mijn zeventiende dankzij een eindwerk voor kunstgeschiedenis. Tijdens een bezoek aan het museum in Brussel, zoog het werk, 10 rechthoekige elementen met rood plexiglas boven elkaar geplaatst, van hem mij helemaal op.  De eerste keer dat kunst me redde van een onvoldoende.

In Marfa heeft Donald grote magazijnen gebouwd om zijn installatie met 100 aluminium werken te kunnen onderbrengen, buiten staan nog eens enorme stenen constructies. Minimal art, heet dat en het ruimt de chaos op. Smijt het overbodige overboord, het is wat het is en ik hou ervan.

Ik hunker op een bijna melodramatische wijze naar die plek, zo moet dus een lange-afstandsrelatie voelen, een verlangen dat op de proef wordt gesteld door de herinneringen die er zijn, maar vooral gemaakt moeten worden en de tijd die genadeloos verder tikt.

Het boek is gelezen, de serie gezien, de boekhandel was mijn redding. Voor de fans van I love Dick stond er op de cover. Dus kocht ik ‘Chelsea Girls’ van Eileen Myles. Momenteel wil ik me onderdompelen in feministische essays, memoires en rock ’n roll fictie over kunst, muziek en de jaren negentig (fashion was toen ook minimal).

J. had een verrassing voor me, een mail waarin stond dat hij een residentie heeft, volgend jaar in Houston, Texas … Ongeveer 8 uur roadtrippen door het onmetelijk landschap langs buffels, ranches, Spaanse missieposten en de Mexicaanse grens tot aan aan Prada Marfa van Elmgreen & Dragset.

Liefs, Jane

Dag 2

midlifecrisis

Lief dagboek (Kevin klinkt inspiratieloos)

Ik wil het nog over mijn verjaardag hebben (40 worden vraagt tijd). Och, het is maar een getal, zeg je, maar het is een hard lelijk getal dat al van mijlenver (in mijn geval sinds nieuwjaar) zijn aandacht vraagt, me uitlacht, roept en tiert dat het eraan komt, ondertussen haast ik me om mijn verwachte doelen te bereiken (boek moet klaar zijn, meer geld binnen dan buiten laten rollen,…).

Ik moet je niet vertellen dat het grandioos mislukt is, een diepe crisis overmeesterde me zo intens dat ik besloten had om mijn verjaardag uit te schakelen op Facebook. Het meest onthutsende is dat de mensen die je verjaardag herinneren zonder een FB-waarschuwing, op één hand te tellen zijn (mijn ouders en J. niet meegerekend).

De crisis (Is dit een midlifecrisis? Ik had niet de neiging om nieuwe borsten te kopen uit geldgebrek en veranderen van lief was niet nodig, mijn crisis was niet J. zijn fout) kreeg zijn hoogtepunt op de eerste dag van onze vakantie toen ik te horen kreeg dat mijn idee voor een nieuw verhaal werd afgewezen (het gaat over feministen, dat vonden ze geen relevant onderwerp, ik kom hier later op terug, wanneer het project concreter is). Bovendien las ik op FB anderen die het wel kregen. Die anderen lezen geen boeken, hebben nog nooit twee volzinnen achter elkaar geschreven en krijgen subsidies om dat nu wel te doen.

Vandaag zag ik een post verschijnen van een 20-jarige debutante. Waarom krijgen die twintigers overal vier sterren, worden ze uitgenodigd in banale tv-shows ongeacht of hun boek interessant is of niet? Wat heeft een twintiger te vertellen dat vier sterren waard is? En wat zijn die sterren nog waard? Recensent Mark Cloostermans verwoordde dit mooi in een artikel: “Als we *(debutante van in de 20)* vijf sterren geven wat is James Joyce dan waard?”

In interviews hoor ik ze (de 20’ers) praten over hun “volle rugzak” (van clichés gesproken) terwijl het groen nog achter hun oren druipt. Op zo’n momenten rol ik met mijn ogen als een puber. En dan denk ik, Jane, je bent feministe, gun die jonge vrouwen hun 15 minutes of fame, die van jou komen ook nog.

Maar we zijn de weg kwijt, dagboek. Alles moet entertainen zonder over iets te gaan, vragen mogen niet gesteld worden, wie kritisch is gunt het licht niet in de ander zijn ogen. Lief dagboek, als geen ander weet jij (of nog niet, we kennen elkaar pas) dat ik iedereen succes wens, zelfs die twintigers die het eigenlijk allemaal al lijken te bezitten. Waar dromen zij nog van? Gaan ze ook een crisis hebben binnen dertien jaar wanneer ze de vier achter de hoek zien verschijnen?

Sinds ik 40 ben, haat ik de 20’ers hun zelfverzekerheid, hun ondernemingszin, hun efficiëntie van tijd, alsof ze alles op orde hebben nog voor het moet beginnen. Waar ben ik al die aspecten verloren onderweg?  Waarschijnlijk overdrijf ik, ik had een lastige schrijfdag. Mijn personage was even kwijt wat ze daar stond te doen, wat ze nu eigenlijk met het hele voorafgaande ging aanvangen en ik vroeg me af of het wel ergens over ging die 70.000 woorden die ik al had geschreven. De twijfel sloeg toe.

J. vindt dat ik mezelf zo niet moet kwellen met het lezen van recensies en interviews van twintigjarige debutanten. Ik kan er niets aan doen aan die zelfkwelling, het stuwt me verder, want ik wil goed zijn.

Liefs, Jane

 

 

Dag 1

I LOVE KEVIN

Lief dagboek (voorlopig noem ik je zo),

Vandaag ben ik 40 geworden. Het perfecte moment om helemaal opnieuw te beginnen. Bij elke nieuwe start hoort een dagboek, in jouw geval een blog, het dagboek van de 21e eeuw waar sloten overbodig zijn en avatars welkom, hoe meer lezers hoe meer vreugd. Ik liet me inspireren door het boek ‘I Love Dick’ van Chris Kraus, dat ik de afgelopen dagen op een strand in een Italiaanse baai heb verslonden. Volgens de achterflap wordt het beschouwd als het belangrijkste feministische boek van de afgelopen twintig jaar.

Ik ga hier geen recensie schrijven over het boek, je bent uiteindelijk mijn dagboek en geen linkse culturele blog. We zitten in de jaren 90 wanneer Chris, filmmaker en artieste, ook 40 wordt en samenwoont met de literaire criticus Sylvère die zich graag in academische kringen begeeft. Het boek zweeft tussen een brievenroman en essays over kunst en literatuur die ze richt aan Dick, de (kunst)criticus waarmee ze dolgraag seks wil hebben, Dick is haar obsessie (en in mijn ogen een seksist).

Ik begrijp Chris. Net als haar voel ik me geen intellectueel, vertoef ik graag tussen de boeken, maak ik films (of daar streef ik naar. Mijn filmcarrière staat in zijn kinderschoenen. Tenslotte ben ik net 40, nog een half leven voor me, voldoende voor een nieuwe carrière – mijn eerste is redelijk onduidelijk). En net als Chris, leef ik meer dan een decennia lang samen met de kunstenaar J., mijn vriend  (Kan je iemand waarmee je geen huwelijkscontract hebt, en toch al meer dan een vierde van je leven seks mee hebt, je echtgenoot noemen?) J. begeeft zich naast de kunstwereld ook in academische kringen (hij is er zelfs lid van) en hij is kritisch (niet alleen op kunst ook op mijn kookkunsten, mijn kapsel, kleding, …)

Chris verkeert in een crisis, haar film kost teveel waardoor hij voorlopig on hold staat, zij en Sylvère hebben geen seks meer en iedereen ziet haar als de ‘plus-one’ van Sylvère. Laat me duidelijk zijn dat ik me hiermee niet verwant voel, misschien dat laatste een beetje. Mensen praten met mij meer over J. dan over mijn werk (nu goed momenteel valt er weinig over mijn werk te zeggen).

Het is lang geleden dat een boek me nog op deze manier geïnspireerd heeft, de laatste keer dat het gebeurde was ik 8 jaar oud en het boek was ‘Deesje’ van Joke Van Leeuwen Daardoor ben ik gaan schrijven (had ik je al gezegd dat ik ook boeken schrijf? Of laat ik zeggen, de laatste dateert van… nu ja dat is niet belangrijk).

Ik heb vandaag ontdekt dat Amazon een serie heeft gefilmd op basis van het boek ‘I love Dick’ met Kevin Bacon als Dick.

Moet ik je een naam geven, lief dagboek? Mijn dagboeken met hangslot en verborgen sleutels uit mijn tienertijd hadden een naam. Ben je een vrouw? Een man? Of transgender? (tegenwoordig moet je die vraag stellen of je discrimineert, het zijn gevoelige tijden dagboek, goed voor jou dat je een ontastbaar gegeven bent in de ‘cloud’).

Wat denk je van Kevin? …ik hou wel van Kevin Bacon.

Liefs, Jane